De Universal Mobile Telecommunications Service (UMTS) – ook bekend als de 3G-standaard – kwam voor het eerst in 1999 en operators begonnen een paar jaar later met het uitrollen van 3G-diensten. Het bestaande 2G-protocol voldeed destijds prima voor het afhandelen van basisfuncties (bijvoorbeeld bellen, sms’en en browsen). Zakelijke gebruikers en gewone consumenten begonnen echter veel meer te verwachten van mobiele netwerken.
3G opende de deur naar taken met een hogere capaciteit: videogesprekken zijn een goed voorbeeld. Het opende ook nieuwe mogelijkheden voor bedrijven die voor het eerst verbonden technologieën verkennen, zoals verbinding maken met en het volgen van wagenparkvoertuigen wanneer ze onderweg zijn.
HSDPA was een van de vele initiatieven die waren ontworpen om het 3G-systeem te verbeteren, zodat het gelijke tred kon houden met de ontwikkelingen op het gebied van mobiele en IoT-technologie.
Geïntroduceerd met Release 5 van 3G in 2002, was HSDPA een verbeterde versie van het bestaande 3G-protocol, gericht op een snellere verbinding en op het leveren van een hogere gegevensoverdrachtsnelheid.
Het HSDPA-protocol zelf is alleen een downlink-kanaal: d.w.z. het maakt transmissie van een bron naar een aangesloten apparaat mogelijk. Later werd het echter gecombineerd met een bijbehorend protocol, High Speed Uplink Packet Access (HSUPA). Samen staan deze twee technologieën bekend als HSPA (High Speed Packet Access). Dit vertegenwoordigde een belangrijke evolutie in 3G-mogelijkheden, waardoor veel veeleisendere mobiele en IoT-toepassingen mogelijk werden, zoals streaming, en de tweerichtingstransmissie van hoogwaardige video.