Een IMSI maakt deel uit van het SIM-profiel van een apparaat en bestaat uit 14-15 cijfers. De eerste 2-3 cijfers zijn de mobiele landcode (MCC) en de volgende 2-3 cijfers zijn de mobiele netwerkcode (MNC). Hierna is er een unieke combinatie van 9 of 10 cijfers om de simkaartgebruiker te identificeren, en die uniek is voor de abonnee.
Elke IMSI is afkomstig van een specifieke mobiele netwerkoperator, waardoor uw IoT-apparaten verbinding kunnen maken met het mobiele netwerk van de SIM-provider (het thuisnetwerk). Wanneer een apparaat probeert toegang te krijgen tot het netwerk, verzendt het de IMSI. Aan elke IMSI is een geheime sleutel (een Ki genoemd) gekoppeld. Deze combinatie van IMSI en Ki dient om het apparaat te authenticeren, zodat het verbinding kan maken met het mobiele netwerk.
Naast het thuisnetwerk moet de IMSI ook verbindingen mogelijk maken met netwerkroamingpartners waarmee de provider overeenkomsten heeft. Neem het voorbeeld van een fleettracker die verschillende landsgrenzen passeert. Terwijl het probeert verbinding te maken met het netwerk van een andere provider, gebruikt het bezochte netwerk de IMSI om uw thuisland en thuisnetwerk te identificeren. Als er een overeenkomst is tussen netwerkaanbieders, kan de tracker er verbinding mee maken tegen een afgesproken “roaming”-tarief.