LoRaWAN is een netwerk dat bestaat uit vier hoofdcomponenten:
End Nodes: dit zijn alle individuele apparaten die samen het netwerk vormen (bijvoorbeeld sensoren, monitoren en trackers).
Gateways: deze fungeren als een brug tussen de end nodes (eindknooppunt) en de rest van het netwerk. Gateways verzamelen end nodes-gegevens en verzenden deze gegevens naar de netwerkserver. Terwijl eindknooppunt/gateway-communicatie via LoRaWAN verloopt, communiceren die gateways met de netwerkserver via protocollen met hogere bandbreedte (zoals WiFi, Ethernet of mobiel).
Netwerkserver: dit consolideert gegevens van de gateways voordat deze naar de toepassingsserver worden geüpload.
Application Server: waar de geconsolideerde gegevens uiteindelijk worden verwerkt en weergegeven.
De end nodes verzenden gegevens naar de gateways met behulp van LoRa-zenders via een niet-gelicentieerde ISM (Industrial, Scientific, Medical) radiofrequentieband. Om deze informatie te onderscheppen, zijn gateways uitgerust met LoRa-concentrators.
End nodes en gateways zijn georganiseerd in wat bekend staat als een ster-op-ster netwerk. Dit betekent dat wanneer een end node zijn gegevens verzendt, de informatie wordt ontvangen en verzameld door alle gateways binnen bereik. De gateways sturen deze gegevens vervolgens door naar de netwerkserver. Deze netwerkserver ontdubbelt vervolgens de gegevens.
Het model maakt bidirectionele communicatie tussen de applicatieserver en end nodes mogelijk. Dit omvat de mogelijkheid om berichten te multicasten naar sommige of al uw apparaten. Dit betekent dat u op afstand software-upgrades kunt uitvoeren en instructies aan apparaten kunt geven.