Een VPN biedt een veilige verbinding tussen gebruikersapparaten en één of meer servers, zonder dat er een fysieke verbinding nodig is. Hierdoor wordt er in feite een ‘tunnel’ voor privécommunicatie over het openbare internet gecreëerd.
In elk VPN-model worden gegevenspakketten versleuteld voordat ze de internet service provider (ISP) laag bereiken en vervolgens aan de serverzijde gedecodeerd. Gegevenspakketten die van de server van de organisatie naar het apparaat stromen, volgen dezelfde weg, maar dan omgekeerd.
Dit versleutelings-/decryptieproces vereist een overeengekomen set regels (een protocol). ‘SSL VPN’ geeft aan dat de VPN-service vertrouwt op het SSL-protocol (Secure Sockets Layer) voor het beveiligen van communicatie. In werkelijkheid is SSL nu grotendeels vervangen door een geëvolueerd protocol genaamd Transport Layer Security (TLS). VPN-modellen die TLS gebruiken, worden echter nog steeds over het algemeen SSL VPN genoemd.